Landscapes of the Soul

Vraag waarom ik in de groene bergen verblijf
en ik lach maar antwoord niets – mijn hart is sereen.
De perzikbloesems drijven weg op het water,
dit is een andere wereld, ver van mensen.

Li Bai (uit Berg en Water)

Bergen en water, zee en lucht, moeras en rivier, het landschap kent zichzelf en wij zijn vreemden. We blijven vreemden want het landschap is geen huis. Om te wonen moeten wij geweld gebruiken. Bomen vellen, aarde verhitten, stenen stapelen. Wij maken de aarde naar ons beeld, wij hebben onze eigen voorstelling. Maar het landschap is anders, telkens weer een ander gezicht. Het licht bewerkt die transformatie. Wij zijn toeschouwers. Op gepaste afstand. Worden er nooit deel van. Wij zijn een anomalie in het landschap. Pas als dode, als corpus gaan wij erin op, kunnen we niet meer wegrennen, ons eraan onttrekken. Niet meer vluchten in kunstmatigheid, in gebouwen, huizen uit hout en steen.

De schilder verhoudt zich anders tot het landschap dan de bouwer, de passant, de voorbijganger die geen tijd heeft om te beschouwen. Daarom is de schilder een soort van dichter en mysticus: hij beschouwt het landschap en die indruk heeft effect op wat uit zijn handen komt. Een landschap in de handen van bijvoorbeeld een traditionele Japanse kunstenaar moet esoragoto zijn: een aantal kunstzinnige vrijheden moeten erin vervat zijn. Henry P. Bowie zegt hierover in ‘On the laws of Japanese Painting’: “It should aim not so much to reproduce the exact thing as its sentiment, called kokoro mochi, which is the moving spirit of the scene. It must not be a facsimile.” Het geschilderde landschap hoeft dus geen kopie te zijn. Een foto komt al dichter in de buurt maar ook dat is geen kopie.
Als we naar een geschilderd landschap kijken kun je je afvragen wat ons boeit en soms aangenaam treft in dit landschap. Bowie vraagt waarom een geschilderd landschap ons soms meer voldoening geeft dan de scene zelf in het landschap. Hij zegt:

“It is largely because of esoragoto or the admixture of invention (the artistic unreality) with the unartistic reality; the poetic handling or treatment of what in the original may in some respects be commonplace.” (pag 80)


Om het begrip esoragoto te begrijpen moet je een zekere mate van krediet geven aan de poëtische benadering van de werkelijkheid. In feite is elk landschap in de vorm van een schilderij of de beschrijving in een tekst een vorm van poëzie. Soms goed geslaagd, soms minder. Net zoals er goede en minder goede gedichten zijn en smaken die enorm kunnen verschillen. Voor de toeschouwer geldt: het is afhankelijk van de moeite die hij of zij wil doen om door te dringen in het schilderij of het schilderij als een soort van gedicht tot hem kan spreken, of het afgebeelde landschap iets bij hem of haar oproept dat verder gaat dan alleen maar vluchtig opmerken. Kan de ziel van het landschap spreken in het werk, komt ze ter sprake en kan de toeschouwer, als hij hiervoor open staat, dit ervaren?

Dat is ook de inzet van mijn werk als landschapschilder. Het landschap dat ik ervaar en dat ik omzet in mijn schilderdij op een geheel vrije wijze, al improviserend en ontdekkend. (De beperkingen worden vaak door het materiaal, de stijl, de keuze van het onderwerp en de beschikbare techniek opgelegd – maar ook de stemming doet mee, het gestemd zijn.) Vreugde geeft mij de improvisatie en de manifestatie van het materiaal: hoe de verf glanst op een vel papier – hoe ze opdroogt en daarna een ander beeld geeft. Hoe de onderlinge kleuren zich verhouden en elkaar bepalen. De vorm van het geschilderde tegen de achtergrond van de hemel. Enzovoort. Dat is een eindeloos proces. Het begrip esoragoto is misschien voor ons westerlingen niet zo goed te begrijpen omdat wij opgegroeid zijn in een andere kunsttraditie. Jaren geleden heb ik me al toegelegd op het schilderen met inkt en sumi naast de collages, de landschappen in pigment die ik maak. De techniek van het werken met sumi kan het begrip esoragoto verhelderen: Henry P. Bowie schrijft hierover het volgende:

“A correctly executed Japanese painting in sumi called sumi e, is essentially a false picture so far as color goes, where anything in it not black is represented. Hence, sumi paintings of landscapes, flowers and trees, are untrue as to color, and the art lies in making things thus represented seem the opposite of what they appear and cause the sentiment
of color to be felt through a medium which contains no color. This is esoragoto.” (pag. 80)


Het schilderij in sumi verwijst en doet dat op een extreme wijze op het terrein van de waarneming van kleuren omdat de kleur niet meedoet. Maar die verwijzing, deze vorm van artistieke vrijheid voor de keuze van dit materiaal, doet de werkelijkheid geen onrecht aan maar zet haar in een ander licht. Het landschap gevangen in een gedicht, een geschilderd gedicht. Zo beschouw ik elk landschap als een verwijzing, een poëtische poging het landschap dat wordt waargenomen en dat indruk maakt weer te geven. Kunstwerken die worden geacht omdat een bekend kunstenaar ze heeft gemaakt en daarom in onze Westerse maatschappij met veel geld worden betaald, zijn per definitie geen objecten die in de traditionele Japanse schilderkunst worden geacht om die reden. Geld en bekendheid van de kunstenaar zijn bijzaak, doen vaak niet ter zake. Het vakmanschap van de kunstenaar is af te lezen uit zijn werk en niet uit prijskaartje. Het hoogste aanzien geniet daarom de kunstenaar die op kunstzinnige wijze het landschap weet uit te beelden zodat de toeschouwer diep van binnen wordt geraakt en een vorm van religieuze ervaring meemaakt. Hoeveel moderne kunstwerken roepen die ervaring bij de toeschouwer op? Het blijft een voortdurende uitdaging om zo te willen werken. Niet om het doel zelf, maar om het proces telkens weer te ondergaan en uit te voeren. Schilderen als religieuze poëtische bezigheid. Meer hoeft het niet te zijn.

John Hacking
28 augustus 2016

bron:

On the Laws of Japanese Painting: An Introduction to the Study of the Art of Japan. Henry P. Bowie (1911) http://www.gutenberg.org/ebooks/35580?msg=welcome_stranger

Berg en water. Klassieke Chinese landschapsgedichten vertaald en toegelicht door Silvia Marijnissen, Urtrecht, Amsterdam, Antwerpen 2012