
“De toerist uit het noord voelt zich in Limburg wég uit Nederland. Wég uit de tredmolen van zijn dagelijks bestaan. Onze noordelijke Adam en Eva, vinden in Limburg hun verloren hof van Eden weer, zij het slechts voor enkele weken.
Wat zijn de kenmerken van dit aardse paradijs? Het heeft heuvels. En daardoor panorama’s en vergezichten. En daardoor grotten. En huppelende beken. En glooiingen.
Het kenmerk van het aardse paradijs is dat het niet horizontaal is. Maar verticaal. Het neemt overal een aanloop naar de hemel. Niet alleen geologisch. Maar ook in ons hart.”
Bertus Aafjes , Limburg dierbaar oord, Amsterdam 1976, (Meulenhof) pag. 18
Het landschap levert de metaforen om ook de spirituele dimensie van het leven uit te drukken. In mijn werk als schilder komt dit treffend tot uitdrukking: hemel en aarde zijn mijn thema’s en alles wat ik maak staat in het licht van hun relatie. Een mens is niet te vangen in één omschrijving, de werkelijkheid zelf is bij lange niet te vatten in omschrijvingen hoe breed en uitvoerig zij ook zijn. Voortdurend onttrekt een groot deel van de werkelijkheid zich aan onze ervaringen en aan onze pogingen om er via tekst en beeld grip op te krijgen. De Chinese fotograaf Wang Wusheng heeft dit goed begrepen als hij de Gele Bergen in trekt om daar foto’s te maken van bergen in de mist. Vanuit de gedachten die ook de Japanse en Chinese schilderkunst eeuwen hebben beheerst legt hij vast hoe hemel en aarde met elkaar verbonden zijn, waarbij de bergen voor de aarde staan de mist voor het hemelse. Zijn foto’s vind ik fascinerend omdat ik al mijn hele leven pogingen onderneem om mist te schilderen. Een wolkenhemel is niet zo moeilijk, een heldere lucht als achtergrond voor een horizon evenmin. Maar bergen gehuld in de mist zodat het mysterieuze karakter extra naar voren treedt is een zware opgave. Met foto’s gaat het sneller en is het resultaat misschien ook overtuigender. Maar Wang Wusheng is heel bijzonder, zijn werk springt met kop en schouder uit boven veel werk van andere fotografen die een landschap vastleggen. Hij is in staat de oude tradities op het gebied van de schilderkunst te vertalen naar deze tijd zodat ook de zenmonnik die mediteert in het landschap zich hierin thuis voelt. Zijn foto’s hangen dan ook in zentempels in Japan.

Seigo Matsuoka, schrijft in het voorwoord van Wang Wusheng, Celestial realm. The yellow mountains of China, (New York 2005, Abbeville Press Publishers, pag. 11) het volgende: “
When I first saw Wang Wusheng’s photographs of the Yellow Mountains, I observed ancient time and a vision of the future joined in a “photographic sansui” embodying both the traditions of Chinese landscape painting and the sensibilities of contemporary art. There are many photographs of Chinese mountains but I had never encountered images such as these, in which I discovered the “inner sansui” I had long sought.
In East Asia “landscape” is frequently expressed using a compound of the characters for “mountain” (⼭) and “water” (⽔), pronounced sansui by the Japanese and shansui by the Chinese. But sansui is nog merely a landscape, and certainly not a common landscape. It is a topos of lofty peaks and flowing streams, a scene from nature onto which a higher order of spirituality and deep consciousness can be projected. Sansui is neither simply nature nor a scene soon be forgotten. The sansui of the East is a landscape that makes you wish you could exchange your own spirituality and consciousness for those of the mountains and rivers. It is an “inner sansui” bathing the depts of the mind in light.”
In het ZenBoeddhisme krijgt dit begrip sansui veel betekenissen, en is het een geladen begrip, net als de werkelijkheid van hemel en aarde. Dogen, een beroemde monnik heeft er over geschreven en zijn woorden kunnen een hulp zijn bij de innerlijke zoektocht waar hij op wijst als hij spreekt over sansui. In mijn schilderijen spelen veel van die betekenissen op de achtergrond mee. Zij worden niet geëxpliciteerd maar de beschouwer krijgt de kans om op ontdekkingstocht te gaan.

Kracht van een landschap in de mist is daarom ook de activiteit die daarna plaatsvindt door de beschouwer. Hij of zij legt er zijn of haar eigen betekenis is. Er ontstaat zo een nieuwe dynamiek, een nieuw proces van betekenisgeving. Ik noem dat afgeleid van de semiotiek, semiose. In feite zijn we voortdurend bezig onze wereld gestalte te geven – en wereld bedoel ik dan in de zin van wereldbeeld en conceptie van wat er gebeurt – via semiose. Dat is een proces dat nooit stopt en ook nooit kan stoppen. Als het stopt zijn we of hersendood of helemaal dood. Zelfs een zwaar dement persoon stopt niet met betekenis geven. Zijn of haar uitingen getuigen nog altijd van een besef van werkelijkheid ook al is dat niet meer congruent met hoe wij de dingen op dat moment zien.
Misschien staan wij in onze wereld er niet meer zo bij stil, gegrepen als we zijn door onze technische verworvenheden, onze passie voor sociale media, onze gehechtheid aan communicatie via allerlei apparaten. Het wilde en woeste landschap kom je in de stad niet echt tegen, zeker niet landschappen zoals je die nog aantreft in woestijnen, in bergen en in bijvoorbeeld moerassen. Je kunt het vergelijken met de sterrenhemel: wat weet je van de sterren als je voortdurend in een stad leeft waar het licht s’nachts de hemel verduistert waardoor het sterrenlicht onzichtbaar wordt? Om de sterren te kunnen zien, te kunnen ervaren hoe het voelt om een hemel volledig bezaaid met sterren te zien, moet je weg uit de verlichte gebieden, moet je tegenwoordig al ver reizen om dat te kunnen ervaren. Hoeveel kinderen die nu opgroeien hebben het ooit echt gezien?
Zo is ook het landschap een ervaring voor velen als ze pas op vakantie gaan, als ze in het buitenland (buiten Nederland) mogen aanschouwen dat er meer is dan bebouwde vlaktes en steden vol hoog- en laagbouw. Maar vanaf de snelweg is het landschap zoiets als een voorbij flitsende film, een aaneenschakeling van foto’s die niet uitnodigen tot contemplatie, tot stilstaan bij, tot inkeer in jezelf.

Daarom schilder ik ook: mijn landschappen zijn uitnodigingen om stil te staan, om je te verhouden tot het landschap. Ze zijn een uitnodiging om je eigen betekenissen erin te leggen en om zelf jouw reis te ondernemen in het landschap. Heb je hier niets mee? Even goede vrienden.
Maar het zijn ook pogingen om precies die relatie tussen hemel en aarde te duiden, te verkennen, proberen vorm te geven en uit te drukken op een wijze die niet in begrippen te vangen is, maar (hopelijk) wel meer in beeld, in verf, in materie. Ik bouw daarbij op de vooronderstelde semiose bij de toeschouwer die ik ook zelf ben. Ik zet in op vormen van betekenisgeving (sansui) die mij vertrouwd zijn en die misschien ook leven bij de beschouwer. Lukt die aansluiting niet, okee, even goede vrienden. Want ons leven en onze relaties hangt er niet vanaf.
Maar ik neem wel de vrijheid om dit op een heel eigen wijze te doen, om mij te laten inspireren door oude tradities (uit Japan en China), door oudere kunststromingen zoals impressionisme en expressionisme, ook al doen die in de ogen van veel kunstenaars niet meer mee. Ik ga mijn eigen weg en zoek mijn eigen weg. Hemel en aarde zijn niet uitleenbaar: ieder mens gaat zijn eigen levensroute, volgt zijn eigen levenspad, ontdekt zijn eigen sansui.
“Dogen, one of Japan’s foremost medieval Zen priests, wrote in the “Mountain and Water Sutra” (Sansui-kyo) chapter of the Treasury of the True Dharma Eye (Shobogenzo) that “to view sansui is to meet yourself before you were born”. The self before birth is a self beyond time and space. Dogen wrote that this self is a “formless self” no one has ever seen. This yet unformed self is the essence of sansui. A depiction of something beyond time and space whose appearance is yet unformed – this is how Chinese sansui should be seen. As I stood before Wang’s photographic sansui, I could feel this acutely.” (o.c.) pag. 11.
Hoe mooi kan het zijn jezelf tegen te komen in het landschap, jezelf meer dan je zelf en dieper dan je zelf? Dat is zeker een wandeling waard. Nog meer een poging om dat ook uit te drukken in een schilderij. Ik heb nog een leven te gaan. Elke poging is telkens weer nieuw, als een geboorte.
John Hacking
14 juli 2018
