Het landschap bevat meer dimensies. Een ervan is de poëtische. Een andere is de religieuze. Weer een andere is de esthetische. Tenslotte is er nog de historische en politieke dimensie. De andere dimensies zoals de geografische, de materiële, de economische etc. laat ik buiten beschouwing omdat ze in deze bijdrage voor mijn werk niet meteen terzake zijn.
In mijn landschappen streef ik ernaar om de sacrale religieuze dimensie van het landschap bloot te leggen. Het sacrale is verborgen, als het ware afzijdig, als het heilige apart gezet, verhuld. Deze verhulling probeer ik zichtbaar te maken. Daartoe gebruik ik kleur en vorm. Het heilige, sacrale van het landschap is een kwestie van duiding. Interpretatie en betekenisgeving bepalen dit proces en de uitkomst ervan. Het gaat niet om bewijzen, niet om het onmogelijke aan te tonen. Het gaat om een zoektocht, het verkennen van een richting, van een mogelijke dimensie van het landschap. De religieuze, sacrale, heilige dimensie heeft daarbij mijn aandacht, zij werkt betoverend op mij. Al mijn schilderen is een poging om die dimensie te benaderen.

Daarbij sta ik onder invloed van voorgangers in de schilderkunst die hun werk tot zoektocht hebben gemaakt. Zoektocht op weg naar het geheim: onder andere richtinggevend waren Anselm Kiefer, Armando, Caspar David Friedrich en Kaii Higashiyama. Zij allen hebben het landschap ingezet als metafoor voor een andere werkelijkheid, een werkelijkheid erachter, eronder. Het landschap is de verhulling. Het is de sluier die over deze werkelijkheid ligt. Hoe de werkelijkheid eruit ziet die eronder, erachter ligt, daarover zijn slechts vermoedens te uiten. Intuïtief kan er misschien, en op poëtische wijze, een fragment zichtbaar worden – iets oplichten, zoals het eerste licht in de ochtend. Soms doet een schilderij deze poging en lukt het. Soms ook niet. Essentieel blijft ook de bijdrage van de toeschouwer die aan het werk participeert. Voor mij is dan ook uitgangspunt dat de toeschouwer het werk af maakt. Hij draagt zijn eigen betekenissen aan en kleurt daarmee het landschap. Dat is goed zo. Dan wordt het ook een werk van hem/haar.
Mijn werk vraagt aandacht, zorgvuldig overwegen. Niet wat er is te zien, maar vooral wat het met je doet en welke vragen erin verborgen zitten. Waar is het heilige en is het wel aanwezig? En zo ja, waar, zo nee, waarom niet? Wat is heilig, sacraal in mijn leven, mijn levensweg, mijn wandeling naar de horizon van het leven? Dit soort vragen spelen in mijn landschappen de voornaamste rol. Zij vormen de richtingwijzers. Zij sturen de betekenissen net zoals in de bijbelse landschappen waar het volk op weg gaat door de woestijn, over bergen en zeeën op weg naar een toekomst, naar dat wat komen gaat.

Mijn landschappen zijn wandelingen, wandelingen met God (Micha 6,8). Niet meer en niet minder. Wandelingen. God is onzichtbaar, Hij is verborgen en dat is goed zo. Het geheim hoeft niet worden onthuld. Kan ook niet worden onthuld. In die spanning is het goed wandelen. Goed schilderen. Goed leven. Daarmee is mijn schilderen een religieus project. Niet iedereen zal het resultaat aanspreken. Dat is ook niet belangrijk. Het gaat om de wandeling, het proces. Het stellen van de goede vragen en het verkennen van de weg. Ieder gaat zijn eigen weg. Zijn levensweg. Mijn weg is er een met verf en papier, kleur en vorm. Onder andere, want ik wandel op vele wegen. Gaandeweg ontdek ik wel hoe het landschap mij draagt, hoe de verborgen sacraliteit mijn leven poëtische inspiratie geeft. Daarvan is er nooit genoeg. Liever poëzie dan politiek, liever zoeken naar heiligheid dan naar populariteit. Je bent zelf de betekenisgever van je leven. Laat de poëzie van de verbanden spreken – leef je leven in een nieuwe stijl – als wandeling.
John Hacking
