
Er rest ons altijd wel iets dat nog ‘vergeten’ is. Iets dat we nog niet in het al bekende gevonden hebben en waarnaar we daarom hardnekkig blijven speuren. De Franse filosoof Jean-François Lyotard (1924-1998) sprak in zijn typering van het joodse denken daarom van l’oublié – ‘dat wat vergeten is’. Niets is wezenlijker voor het rabbijnse jodendom dan de wil en de durf altijd maar te blijven discussiëren en onderzoeken. Lyotard wees op deze typische joodse gewoonte altijd maar weer vragen tge stellen, ook naar dingen die de mensen allang menen te weten. Altijd blijft er iets wat vergeten is en nog onontdekt is gebleven. Daarom kunnen we en moeten we alles steeds opnieuw bevragen! Deze houding om nagenoeg alles tot bijna in het oneindige steeds maar weer ter discussie te blijven stellen heeft in de niet-joodse buitenwereld veel ergernis gewekt. De wrevel over de ondogmatische houding van het jodendom is een van de verklaringen voor het religieuze antisemitisme. De ‘dwaasheid om te blijven zoeken’ is evenwel het meest essentiële apsect van authentieke wijsheid.
Marcus van Loopik in: Kabbala als levenskunst. Op zoek naar eenheid en heling, Middelburg 2018, (Skandalon), pag. 198-199

Onze werkelijkheid is een oneindig verband van betekenissen die nooit definitief zijn omdat onze taal een levende taal is, onderhevig aan veranderingen en gevormd door aanpassingen aan nieuwe situaties. Daarom spreekt mij het begrip ‘semiose’ aan: het duidt het proces van betekenisgeving aan – het proces waarin onderlinge relaties gestalte krijgen en zo samen betekenis vormen. Charles Peirce heeft dit begrip op basis van het Grieke σημειῶ (markeren) gebruikt in wat later semiotiek is gaan heten. Veel van mijn websites dragen het begrip ‘semiose’, (of semiotics) in hun titel omdat het proces van voortdurend veranderende betekenisgeving een thema is waar ik mij bij thuis voel. Ik ben niet alleen in dit proces geïnteresseerd, maar houd ook van de relativiteit en de daarmee samenhangende oneindigheid van betekenissen in dit proberen te begrijpen en duiden van ‘de’ werkelijkheid. ‘De werkelijkheid’ is in feite al een gotspe: ‘de’ is een vorm van grootheidswaanzin om zo over werkelijkheid te spreken. Ik kan hoogstens over mijn persoonlijk ervaren onderdelen van werkelijkheid spreken, over dat kleine ministukje dat ik ervaar, waarneem en probeer weer te geven. Bescheidenheid is dus op zijn plaats. Maar de fascinatie blijft hoe semiose in zijn werk gaat en hoe elk mens op zijn of haar wijze daar getuigenis van af legt.

Semiose drukt ons ook met de neus op het feit dat we beperkte wezens zijn, dat we niet te hoog van de toren moeten blazen alsof wij de wijsheid in pacht hebben. Veel argumenten van bijvoorbeeld populisten in de politiek en samenleving, die nu weer volop van zich laten horen alsof er nooit een Wereldoorlog 2 heeft plaatsgevonden, gaan ervan uit dat zij een juiste analyse van de omringende werkelijkheid maken en bekrachtigen deze met nieuwe metaforen en een beeldspraak die al snel door de aanhangers wordt overgenomen. In feite verkopen ze gebakken lucht, zoeken zij alleen glorie voor eigen heil en gebruiken onvrede, gevoelens van racisme en nationalisme om hun verhaal te laten klinken voor de ontevreden burger. Een fraai staaltje reclame voor verdund nazisme, (als het over rassen, volken en ‘superieure’ Europese cultuur gaat), voor een hernieuwd facisme waarin offers worden gevraagd voor vaderland, volk en leider. Daarvoor zijn vijanden nodig en die zijn snel gevonden: vluchtingelingen, de pers, kunstenaars, kortom ook allen die kritisch staan tegenover deze zelfverheerlijking van zelfbenoemde intellektuelen en leiders. Fraaie termen moeten de ware intenties verhullen: democratie, vrijheid, en ga zo maar door. Maar even doorvragen, beter lezen, beter kijken en je ziet de ware kern: uiteindelijk grimlacht er maar eentje – zoals op de affiches uit de Wereldoorlogen: de man met de zeis!

Desalniettemin zou het de moeite waard zijn om eens goed na te denken over de betekenissen die jezelf aan je leven en aan de omringende werkelijkheid geeft. Op welke premissen rusten deze? Hoe hard zijn ze, en wat kun je ermee? Mensen die ziek worden, soms met ernstige lichamelijke en psychische klachten getuigen vaak van ervaringen waarin zij alle greep op de persoonlijke werkelijkheid dreigen te verliezen. Hun betekenissysteem waar ze jaren op hebben gebouwd dreigt als een kaartenhuis in elkaar te storten. De dood rammelt aan de poort en weg is alle opgebouwde zekerheid, alle illusies die je eerst dacht te moeten onderhouden en die een zekere mate van bestaanszekerheid gaven.
In dit licht zijn alle claims gedaan door politici (Make America Great Again), zijn alle dictatoriale voorbeelden voor onze Nederlandse populisten, ijdeler dan ijdel, wind, luchtkastelen. Je gaat (gewoon) dood, en dan heb je je zo druk gemaakt om ficties, om het idee dat je dacht dat je wereld wel even zou kunnen veranderen, dat je invloed zou kunnen uitoefenen op de gang van zaken in je omgeving. Het is de illusie van de maakbaarheid, de illusie dat je alles of veel in de hand hebt, de illusie dat je met je acties werkelijk zoden aan de dijk kunt zetten alsof je de wereld kunt redden van alle dreigingen. In al dit streven, in al deze illusies verschuilt zich een heimelijke messias, een wereldredder, maar dan eentje die vooral uit is op status, op heldendom en de daarbij komen verering door de aanhangers. Wierook, wierook, wierook, opgeheven worden op het schild van de roemruchte voorgangers, de leiders, op weg naar een goddelijke status. Dat betekent dus ‘afgoderij’. Voor deze leiders tellen de aanhangers niet, zij zijn slechts middel tot het doel. Voor al deze leiders telt de andere mens niet, hij of zij is slechts object. Alles draait om de leider, hij is boven alle twijfel verheven, rijp voor het rijk der goden.

Ik begrijp daarom nog steeds niets waarom mensen zo kortzichtig kunnen redeneren en waarnemen: als je toch uiteindelijk dood gaat, als alles stof en as wordt, waarom je dan inzetten voor doelen waar tallozen slachtoffer van worden omdat ze worden gediscrimineerd, veroordeeld, gemarteld, vermoord? Waarom is de eigen macht en de eigen status belangrijker dan het leven van anderen? Wat is hier voor vreemde en vooral absurde kracht aan het werk die onmenselijk is en die uiteindelijk niks oplevert? De leiders verkopen hun streven als recht. Zij hebben recht op en hun aanhangers mogen delen in de vreugde en in de buit. Empathie, begrip, tolerantie, samen delen van de overvloed worden als zinloze beginselen van tafel geveegd want dat is niet stoer, niet mannelijk, getuigt van weinig kracht en doorzettingsvermogen. Maar dit recht dat alles voor zichzelf opeist is een weg te dode. Ik vermoed zelfs dat die dood dan nog veel eerder komt. Helaas worden velen onschuldigen hierin meegesleurd, zeker als er oorlogen uitbreken, als er geweld wordt uitgeoefend en als mensen als vuil worden behandeld. Het negatieve zal niet overwinnen, het onrechtvaardige gaat ten gronde, de apostelen van nieuwe heilstaten gevestigd op onrecht, intolerantie en bloedvergieten zullen zelf omkomen door het zwaard dat ze hanteren. Deze bijbelse semiose heeft volgens mij nog niks van zijn kracht en zijn geldigheid verloren. Daarom is het zaak om dit met woord en daad te verkondigen – te laten zien dat stille krachten, dat menselijkheid, verder reikt dan de langste adem van de toekomstige moordenaars.
John Hacking
7 augustus 2018
