HORIZON
- Horizon: horizōn (kyklos), eigentlich, “Grenzlinie”, Horízein, “begrenzen”, eine Ableitung von Hóros “Grenze”. So benannt als die (vermeintliche) Grenzlinie zwischen Himmel und Erde. (Kluge, Etymologisches Wörterbuch)
- hóros (ion), ouros (ep): grens, einde, doel, bijzondere bepaling van een begrip, definitie, verhouding, criterium, term van een syllogisme…
horízoo: begrenzen, door grenzen afscheiden, verdelen, in het algemeen bepalen, vaststellen, verklaren, verklaring van pand…
horízoon: de begrenzende, de horizon
horion: grens
horios: de grenzen betreffend, Zeùs horios: beschermder der grenzen.
(bron: A.H.G.P. van den Es, Grieksch Woordenboek, 1896) - horizō: this word (from hóros, “boudary”) means to “limit” and then figuratively “to fix,” “to appoint.” Time as well as space can be limited.
aphorízō: This compound means “to separate”, “to server.” It is used in the New Testament for the divine separation for service which goes hand in hand with divine calling. By divine commission the Son of Man will separate the good and the bad. (…) In the Old Testament separation for God and the separation of the unclean are important models for New Testament separation for service or separation from the world. (G. Kittel (Ed.), Theological Dictionary of the New Testament 1985)

Niets als Horizon, niets dan horizon…
Genesis 1, het beroemde verhaal uit de bijbel waarin wordt verteld dat God hemel en aarde schiep door te scheiden (of te onderscheiden) is de geboorteplek van de horizon. Hemel en aarde (water boven en water beneden en aarde van water) worden van elkaar gescheiden en sinds die tijd is er sprake van een horizon, een grens tussen beiden. Het is een grens en een afscheiding, een onderscheiding en een differentiatie wat niet hetzelfde is als scheiden. Differentiatie is een onderscheid dat ontstaat uit een homogeen geheel. Door Gods scheidend spreken komt er onderscheid en ontstaan hemel en aarde. Hemel als woonplaats, verblijfplaats van God (en de engelen, zo de mythologie) is niet hetzelfde als de hemel die wij waarnemen aan het einde van de horizon. Maar in de loop van de tijd wordt voor beide situaties hetzelfde begrip gebruikt. Dat maakt het geheel boeiend en verleent het begrip hemel zoals wij dat waarnemen aan het einde van de horizon en boven onze hoofden een dubbele lading, het begrip wordt als het ware met sacraliteit geladen. De onbereikbaarheid hiervan is hiervoor extra getuige.

De horizon is eigenlijk een bondgenoot van de onbereikbare hemel want hoe dicht je hem ook nadert, hij blijft zich terugtrekken in de verte. Daarmee is de horizon de eerste en meest concrete getuige van een vorm van onbereikbaarheid maar tevens volop aanwezigheid. De horizon is er altijd, zolang er licht is. En zelfs in een donkere nacht is hij nog te onderscheiden door de lichtjes in de verte en de kleuren van het avondlicht. De horizon werpt een mysterie op en is zelf een mysterie. Zo beleef ik dat. Als er een doel in verborgen zit, een grens, is dat doel en deze grens nooit te bereiken. En omgekeerd is de grens, deze onderscheiding er om het feit van het gescheiden zijn te bewaken en te behoeden. Zodat hemel en aarde niet samenvallen en niet terugvallen in de oorspronkelijke homogeniteit want dat zou het einde van de schepping betekenen, de terugkeer naar een vorm van oerchaos.
De horizon beperkt. Hij stelt grenzen. Grenzen aan onze almacht, of het gevoel van almacht. De horizon brengt je terug op je plek. De horizon voorkomt dat je over de bergen aan de einder heen kunt kijken en dus niet weet wat je te wachten staat als je daar bent aangeland. De horizon houdt het leven donker en onbepaald. De horizon voorkomt dat je al te snel conclusies trekt over de aanwezigheid van de aarde en de uitgestrektheid ervan. Maar de horizon beperkt niet alleen je zicht en je doelen, je ambitie en je dromen en verwachtingen, hij houdt je bij de les, leert je realisme, maar hij brengt je ook in contact met wat achter je licht. Hij wijst je op je afkomst, je oorsprong, je ontstaan, het begin waaruit je voortkwam en de weg die je tot nu toe hebt afgelegd. De horizon voor je is dus een andere dan de horizon achter je. De horizon maakt je ervan bewust dat je keuzes andere mogelijkheden hebben uitgesloten en dat je nu als product van je keuzes hier bent aanbeland. Dat was je weg, er is geen terugkeer mogelijk, zo is het nu. Ook dat is realisme dat de horizon je in de schoot werpt.

De horizon is dus een factor (naast de existentie ervan in het landschap) die je begrenst en die je bewust maakt van je situatie hier en nu. De horizon is een bewust-maker en is zelf onderdeel van een bewustzijnsproces. Jouw letterlijke horizon in je leven: waar je tegen aankijkt in het landschap en je figuurlijke horizon die je gaandeweg ontwikkelt en ontplooit door verder te kijken dan je neus lang is. Die laatste vorm van horizon binnen het proces van bewustwording is net zo diepzinnig en veelvormig als de concrete horizon in het landschap dat op die wijze iets van oneindigheid krijgt. Tijd en ruimte spelen een rol in de horizon en oneindigheid in tijd en ruimte komen hier aarzelend aan het licht doordat de begrenzingen wijzen op datgene wat achter die grenzen ligt. Of datgene zonder grenzen. Het sacrale is bij uitstek het domein van het grenzeloze, niet in te perken of vast te leggen domein. Tijd wordt hier eeuwigheid, ruimte wordt oneindigheid. Als mens ben je geneigd om te spreken over uitgestrektheid maar dat is in feite een extrapolatie van onze beperkte horizon. Oneindigheid en eeuwigheid blijven voor ons abstracte en niet begrijpbare categorieën die geen voorbeeld hebben in ons dagelijks leven. Ze staan als het ware buiten onze existentie, ze zijn aan gene zijde. Achter de horizon van ons verstaan – een plek waar we nooit zullen komen.
Maar dit kan worden worden geduid en aangeduid in een schilderij. Dat is mijn inzet als ik landschappen schilder waar de horizon centraal staat en waar zoals ook in het klassieke Chinese en Japanse landschap de werkelijkheid van het sacrale in het middelpunt staat. Het geschilder landschap wil niets anders dan dit sacrale aanduiden, aanwijzen, er naar verwijzen. De middelen die hiervoor ter beschikking staan zijn de verticalen en horizontalen en het tussengebied, het evenwicht, de balans. Dat wordt met verf in verf uitgedrukt. Water, regen, sneeuw, mist heeft daarbij een symbolische lading. Vooral de beweging is van belang. De hemel doet zich kennen, hij spreekt. De aarde is de ontvangende partij. Zij vertegenwoordigt het ontvangende vlak, de horizontale dimensie. De horizon zelf is het snijpunt, grensvlak, culminatiepunt waar zij bij elkaar komen in hun spanningsveld en in hun bewegingen. Een nooit aflatend, nooit stoppend proces. De dynamiek van de kosmos wordt hierin zichtbaar, of in christelijke termen, de schepping manifesteert zich voortdurend in de horizon en de bewegingen tussen hemel en aarde. Hoe gelovig kun je zijn als je deze dynamiek en dit “Vorverständnis” tot bron en tot kern van je schilderen maakt?
John Hacking
23 mei 2015
