„Historische feiten omtoveren in abstracte concepten”, is de samenvatting die Torstensson zelf van zijn werkwijze geeft. „Het ene akkoord na het andere, dat vind ik niet zo interessant”, zegt hij. „Er moet een onderliggende reden zijn, een buitenmuzikale betekenis.” Zo Klas Torstensson in een interview in de NRC van 17 mei 2018. De hele tekst: ‘Ik werk als Stockhausen, maar zonder dat megalomane’
Een buitenmuzikale betekenis, die drie woorden troffen mij. Wat is een buitenmuzikale betekenis? Zijn dat de abstracte concepten die een verwoording zijn van historische feiten? Dit geldt waarschijnlijk voor de nieuwe compositie van Torstensson die in het interview besproken wordt. Maar misschien is het feit dat een lied, een muziekstuk ook bijvoorbeeld romantische gevoelens kan oproepen, of vreugde en boosheid, of herinneringen en gedachten, ook een vorm van buitenmuzikale betekenis.

Als we deze vorm van betekenis toepassen op andere kunstvormen zoals de beeldende kunsten, onder andere het schilderen of de literatuur, onder andere de poëzie, dan zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen van betekenissen die buiten de kaders van het werk een rol kunnen spelen en zich als zodanig manifesteren. De Chinese kunstenaar He Duoling die in het programma Close Up op 17 mei vertelde over zijn werk, laat dit zien. Hij stelde dat in de Chinese traditie de deugdzaamheid van de kunstenaar een grote rol speelt. Met westerse ogen kijken we misschien hier wat vreemd tegenaan. Maar het karakter van de kunstenaar speelt mee in de waardering van zijn werk en de wijze waarop zijn werk tot stand komt. Met andere woorden, niet deugdzame kunstenaars krijgen die waardering niet. Impliciet wordt ook verondersteld dat slechts de deugdzame kunstenaar tot grote werken in staat is. Dit is een vorm van betekenis die vanuit westers perspectief waarschijnlijk buiten onze kaders valt. En ook buiten het idee wat een kunstenaar eigenlijk moet zijn. De daad van de koper die voor sommige kunstwerken miljoenen wil neertellen omdat de kunstenaar zo beroemd is, is in de ogen van kunstenaars die in die oude Chinese traditie staan meer dan absurd. Persoonlijk vind ik het ook een vorm van ‘ontaarding’ om een kunstwerk een materiële waarde toe te kennen die elke verbeelding te boven gaat en die in geen verhouding staat tot de werkelijke waarde. Het kunstwerk staat dan niet meer centraal, maar een reputatie, en het werk zelf is een vorm van bezit om te speculeren. Daarmee wordt de oorspronkelijke betekenis van het werk als het ware ontkracht omdat ze nu in een totaal nieuw kader een rol gaat spelen zonder relatie meer met wat er in eerste instantie mee werd uitgedrukt. Ook dat, en wel op een negatieve wijze, is een vorm van betekenis buiten de kaders van het oorspronkelijke werk. Medelijden hebben met Vincent van Gogh omdat hij in zijn tijd niet de waardering kreeg die nu in miljoenen euro’s wordt uitgedrukt is dus eigenlijk onzin. De mensen die zijn werk toen waardeerden hebben er toen een redelijke prijs voor betaald. Wat daarna is gebeurd heeft an sich niets meer met kunst te maken.

He Duoling noemt nog een ander thema in de documentaire over zijn werk, dat met betekenis te maken heeft en die als betekenis buiten het werk treedt (waardoor ze aan het licht komt). Hij noemt het voorbeeld van de Chinese poëzie en de poëtische schilderkunst; zij zijn een uiting van het innerlijk van de kunstenaar. Zij zijn een vorm van uiten die, volgens He Duoling, op deze specifieke wijze niet voorkomt in het Westen en de westerse kunst. Een beeld van de wereld, een wereldbeeld komt zo tot uiting via de diepste emoties. Deze emoties vinden hun weerslag in het gedicht en het schilderij. Zo kreeg tijdens de Yuan dynastie de verbeelding van het landschap een metafysische betekenis en wordt het landschap in de poëzie een manier om andere ervaringen uit te drukken. Het landschap zoals wij dat verbeelden en dat op het eerste gezicht de verbeelding is van een landschap, is opeens veel meer. Een vloed aan betekenissen wordt openbaar.
Daarom spreekt mij de Chinese poëzie zo aan, en word ik geraakt door klassieke Chinese (en Japanse) landschappen die een poging zijn om de werkelijkheid ook in haar sacrale dimensies te verbeelden. Het landschap als metafysische grootheid is een vorm van betekenis toekennen aan het landschap die de kaders van wat oorspronkelijk zichtbaar is ver overstijgt. Zonder kennis van de achtergrond en het denken achter, onder deze vorm van kunst, wordt deze dimensie misschien niet openbaar. Precies deze betekenissen, als verwijzing naar sacraliteit, vormen voor mij de kern en maken deze landschappen tot bijzondere gebeurtenissen. Niet meer het beeld en de afbeelding staat dan centraal maar de verwijzing naar de werkelijkheid en het tot stand brengen van die verwijzing zodat je als toeschouwer dit mee kunt voltrekken. De kunstenaar is er dan in geslaagd zijn diepste emotie en zijn ervaring van een sacrale werkelijkheid in het kunstwerk zichtbaar te maken zodat de toeschouwer hierin meegenomen kan worden.

Dat veronderstelt wel een zekere openheid van de beschouwer, een gevoeligheid voor deze metafysische verwijzing. Een kunstwerk enkel beschouwen als teken binnen een tekentheorie doet geen recht aan het werk. De formulering is dan een soort van harnas waarin het kunstwerk moet passen. Ook de overdreven en buitensporige materiële waardering is een knellende gevangenis waarbinnen het kunstwerk wordt geplaatst. Opeens gaan er dan andere regels heersen: bewaking, bescherming, kapitaalvermeerdering, status, pronkzucht, macht spelen dan een rol. Helaas zitten veel kunstwerken opgesloten in Zwitserse pakhuizen, omdat ze object van speculatie zijn. Ze wachten erop om verkocht te worden tegen een hogere prijs. Tragisch. Een kunstwerk en een kunstenaar onwaardig.
Een laatste voorbeeld dat ik wil noemen van een werkelijkheid waar betekenis buiten de kaders treedt en als het ware niet meer terug te brengen is binnen die kaders, is het voorbeeld van de werkelijkheid van het ‘niets’. Als ik dit met hoofdletters schrijf als “Niets” krijgt het bijna al een metafysische betekenis. Zeker vanuit het idee dat in het Oosterse denken in China en Japan het “Niets” een tastbare werkelijkheid is. Niet letterlijk tastbaar, maar wel existentieel ervaarbaar en aanwezig. Niets wordt zo een werkelijkheid die eigenlijk meer is dan niets, een logische onmogelijkheid. Maar de werkelijkheid beantwoordt niet aan de wetten van de logica, met andere woorden, zo wordt er niet door bepaald. Behalve als je zelf die werkelijkheid binnen de logica wil knechten. Niets gaat betekenen en krijgt op een bijzondere wijze betekenis in het filosofische denken van de Chinese en Japanse oudheid. Die invloeden reiken tot op de dag van vandaag. Een leegte die het Niets is wordt betekenisvol en maakt andere betekenissen mogelijk omdat leegte pas doet onderscheiden. Het onderscheid tussen letters, woorden, zinnen, objecten kan pas zichtbaar worden omdat ze in een vorm van leegte verschijnen. Ware dit niet zo, dan was de werkelijkheid een groot zwart gat. Wat zou het zijn als we het idee van betekenis buiten de kaders eens wat meer zouden toepassen in ons dagelijks leven, wat breder zouden kijken, wat minder volgens verwachtingspatronen en eisen aan jezelf. Wie weet hoeveel vrijheid deze betekenissen dan opleveren. Nieuwe betekenissen, onverwachte betekenissen. Vrijheid in de ware zin van het woord.
John Hacking
18 mei 2018
