
‘De horizon is levensnoodzaak, aanzet en bemoediging’
Hoe schilder je een landschap? Wat stopt de schilder er van zichzelf in? Wat ziet de beschouwer? Maar vooral, welke betekenis heeft een landschapsschilderij, in wezen? Vragen waarover theoloog én schilder John Hacking veel heeft nagedacht. Hij schreef er een indrukwekkend essay over: ‘God in het landschap’. Aan de hand van uiteenlopende kunstenaars belicht hij het perspectief dat een geschilderd landschap ons kan bieden. Vruchtbare Aarde ging met John Hacking op pad, het landschap in.
Bij het woord ‘landschap’ gaan onze gedachten al snel naar buiten, het dorp of de stad uit, richting bossen, korenvelden of uiterwaarden. Als ik John Hacking (1956) echter een week voor onze ontmoeting vraag in welk landschap hij bij voorkeur met me wil wandelen, luidt zijn reactie: “Hier op de campus, Park Brakkenstein, de Hortus en eventueel de omgeving?” Een antwoord met een vraagteken. Ik ga akkoord. Pas later begrijp ik dat vraagteken. Voor een deel vloeit het voort uit de bescheidenheid die deze man siert. Hacking weet stellig te poneren, maar kan ook luisteren en relativeren. Daar komt bij dat onze afspraak in werktijd plaatsvindt. Hacking is als studentenpastor verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Een gesprek van een uurtje, prima, maar ik wil graag een dagdeel met hem op pad. In de praktijk zal onze ontmoeting drie uur duren. Dan blijkt ook dat een landschap zich voor Hacking wel degelijk in de stad kan bevinden. “Heel de aarde is immers vol van Gods heerlijkheid, dus bijvoorbeeld ook de verkeersknooppunten met dagelijkse files “, zegt hij. Gaat een religieus mens hier kort door de bocht, of is het een uitnodiging om anders naar de aarde te kijken?
Afgelopen najaar kwam John Hacking in het nieuws dankzij het kunstproject ‘Louteringsgraf’. In de tuin van de Studentenkerk groef hij een kuil van crica anderhalve meter diep, bedoeld als bezinningsplek voor studenten.
Evenwel werd mijn interesse in John Hacking reeds in 2007 gewekt. Via Google speurend naar verrassende inspiratie, belandde ik op Mystieknet, een website met teksten en gedichten uit de mystieke en spirituele traditie van de mens. Mystieknet is een ware goudmijn voor ieder die op zoek is naar nieuwe inzichten. De teksten zijn geordend volgen drie principes van de Keltische spiritualiteit: presentatie, poëzie en pelgrimage. Met name de laatste sprak mij, als lange afstand wandelaar, bijzonder aan. Volgens Mystieknet staat de pelgrimage voor de wandeling door het landschap van de wereld om op die wijze onze bestemming te verwezenlijken. De website was gemaakt door ene canandanann. Doorlinkend ontdekte ik zijn ware naam: John Hacking. Op zijn eigen website wachtte mij een nog grotere verrassing: het fascinerende betoog ‘God in het landschap’, met als ondertitel ‘zoektocht naar een horizon’. ‘God in het landschap’ bevat ‘een analyse naar de semiose van het landschapsschilderij als religieuze heterotopie’. Een nogal wetenschappelijke omschrijving van een overigens zeer lezenswaardige tekst, met opvallend veel ruimte voor poëzie. Tijdens een sabbatical van drie maanden ging Hacking op zoek naar de betekenisgeving (semiose) van het landschapsschilderij. Wat heeft zo’n schilderij ons te zeggen, wat zegt het van het landschap? En in hoeverre zijn landschapsschilderijen een heterotopie (andere plaats) van de werkelijkheid? In een poging deze vragen te beantwoorden gaat Hacking in gesprek met het werk en de teksten van verschillende kunstenaars: Anselm Kiefer, Armando, Caspar David Friedrich, evenals Chinese en Japanse landschapsschilders. Terwijl de westerse kunstenaars zichzelf tegenover het landschap plaatsen, zijn in de oosterse, boeddhistische benadering mens en landschap één. In alle bescheidenheid bespreekt Hacking ook zijn eigen landschapsschilderijen, waarin de horizon centraal staat. Het betoog ‘God in het landschap’ is dermate boeiend, dat ik me afvraag waarom het nog niet in boekvorm is uitgegeven. Alweer een reden voor een bezoek aan John Hacking.

Grenzen overschrijden via een fysieke ervaring
Op de afgesproken donderdagmorgen in november schijnt de zon. Ik tref John Hacking in zijn werkkamer in de Studentenkerk en voel me meteen welkom. Niet alleen omdat hij me koffie aanbiedt, maar vooral omdat we direct in gesprek raken over het nog steeds open louteringsgraf. Hacking: “In essentie gaat dat graf over het overschrijden van grenzen, om daarachter nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Durf je stil te staan bij de dood en zo ja, hoe verhoudt je je daar dan toe? Voor veel studenten is de dood nog taboe. Daarom vinden sommigen het liggen in zo’n graf een akelig idee. Dan opper ik dat je bijvoorbeeld als medische student intens te maken krijgt met leven en dood. En zo niet in je studie, dan toch zeker in je omgeving. Sommige studenten laten zich aan elastiek van een brug vallen, voor de kick. Dat zou je spelen met de dood kunnen noemen. Net als bij bungeejumpen biedt ook het louteringsgraf een fysieke ervaring. Het liggen in het graf beroert je huid; de uiterste grens van ons lichaam. Je zintuigen worden opnieuw, anders geprikkeld. Omdat je ‘slechts’ een stukje van de hemel kunt zien, ga je intenser luisteren. Opeens hoor je vogels, het verkeer, stemmen in de omgeving. In zekere betreedt je via de nieuwe ruimte van het graf ook een nieuwe dimensie. Zo reageerde een studente dat er in het graf een diepe rust in haar was gekomen. Plus het besef dat hat leven doorgaat als zij er ooit niet meer zal zijn. Dat vond ze een eigenlijk wel een prettig idee. Wil je nog koffie of zullen we een kijkje bij het graf gaan nemen?”
We lopen naar het louteringsgraf, dat zich in de tuin achter de Studentenkerk bevindt. Het graf is gemarkeerd door een rood-wit gestreept lint. “Om te voorkomen dat de tuinman er tijdens het grasmaaien in belandt”, legt Hacking uit. Anders dan in het vroege najaar, toen de studenten op twee houten pallets lagen, is de bodem nu bedekt met een bed van bladeren. Dat ligt heerlijk, merk ik als ik me even later in het graf neervlij. Het heeft iets weldadigs om omgeven door stevige wallen van aarde naar de blauwe hemel kijken. Na circa vijf minuten sluit ik mijn ogen. Het wakkere besef dat ik midden in een interview zit, verdwijnt. Evenals het besef van tijd. Daarvoor in de plaats ervaar ik een soort oergevoel; dit is van alle tijden. Mijn ik hoeft zich niet staande te houden. Ik word gedragen en ben geborgen. Zo blijf ik een poosje liggen, tot ik in de verte de toeter van een auto hoor. Terwijl ik opsta uit het graf, zie ik dat John Hacking een eindje verderop staat. Hij heeft zich teruggetrokken, maar maakt meteen een verbinding : “In zekere zin zijn er veel overeenkomsten tussen het louteringsgraf en een landschapsschilderij. Hoewel volkomen verschillend qua verschijningsvorm, zijn het beide ruimtes die de geest prikkelen tot een nieuwe kijk.”
Het landschapsschilderij als andere plaats van de werkelijkheid
Om onze focus te verlggen naar landschap lopen we via de campus naar Park Brakkenstein. De campus is een tableau vivant van rondfietsende studenten, tegen het decor van universitaire wolkenkrabbers. “Ook dit maakt deel uit van de schepping, maar waar is de verbinding? Als je goed kijkt zie je dat bijna iedereen haast heeft. Op weg naar het volledige college. Tussendoor even de voicemail afluisteren, een snelle hap. Dit landschap staat bol van activisme. Tijdens de introductiedagen maken de studenten kennis met alle facetten van de universiteit. Op alle locaties moeten iets doen. Daarom zijn ze verbaasd als ze in de studentenkerk komen en ik voorstel om gewoon een half uurtje te gaan zitten en niets te doen.”
Even later maakt de hectiek van de campus plaats voor de rust van Park Brakkenstein. Terwijl we wandelen door een laan van eeuwenoude beuken, zegt Hacking: “Zo’n landschap doet iets met je. Je kunt stil worden van de grootsheid, het imposante. Je kunt je er verloren in voelen, maar ook getroost. Het kan je verbinden met andere mensen. Daarmee dicht je het landschap een bepaalde betekenis toe. Landschapschilders doen dat in verhevigde mate. Dat zie je met name bij Armando. Als kind groeide hij op in de nabijheid van Kamp Amersfoort en dat zou hem zijn hele leven blijven beïnvloeden. Hij schilderde talloze landschappen waarin het oorlogsdrama zich vermengde met de natuur. Veel mensen zien de natuur – gecultiveerd of niet – graag als puur. Maar Armando schildert bomen die boosaardig zijn. Die bomen hebben immers alle gruwelen gezien, en niks gedaan. Daarom spreekt Armando over een schuldig landschap. Daarmee geeft hij zijn geschilderde landschap een eigen plaats in de werkelijkheid. Die andere plaats, met een mooi woord heterotopie, laat ons op een nieuwe manier naar de werkelijkheid kijken. Het schilderij verbeeldt de plaats, en maakt hem zichtbaar. Als toeschouwer heb je toegang tot die bijzondere dimensie. Je ziet er ervaart dat het landschapsschilderij meer is dan alleen maar wat verf en een ondergrond, een voorstelling en als zodanig het materieel en geestelijk product van een kunstenaar. Veeleer betreedt je een andere ruimte en wordt daarvan deelnemer. De kunstenaar Anselm Kiefer is er in een latere periode in zijn carrière zelfs toe overgegaan letterlijk andere plaatsen, heterotopiën, te ontwerpen in zijn atelier. Hij noemt deze plaatsen o.a. hemelpaleizen, een verwijzing naar thema’s uit de Joodse mystiek.”
Via Park Brakkenstein belanden we in de Hortus. Een waar paradijs voor wie diverse bomen, heesters, bloemen bij elkaar wil zien. Het ene moment waan je op de rotsige top van een berg, het volgende moment hoor je wind door het riet ruisen. Bovendien zijn er tal van beelden waarbij je kunt stil staan. In dit poëtische landschap spreken we al snel over gedichten. “Poëzie is een toegang tot de werkelijkheid, met een hele eigen lading” zegt Hacking. “Daarom is God in het landschap doortrokken van poëtische teksten. Neem Pessoa. Hij worstelde nogal met de vraag of er een transcendente dimensie is tussen hemel en aarde. Hij zag de bomen, bergen, bloemen –allemaal volkomen aards. En toch eindigt een van zijn gedichten met de zin: ‘En ik ga met hem ieder uur’.
Een mooi moment voor het gedicht ‘Psalm’ van Rutger Kopland. Een dichter die zegt: met de dood is alles afgelopen, en tegelijkertijd schrijft hij over ondoorgrondelijke dingen. Ik heb het voor Hacking meegenomen, omdat ik benieuwd wat Hacking ervan vind. “Een mooi voorbeeld van religieuze heterotopie. Met name in manier waarop Kopland de wind opvoert. Wind – we zien haar niet, maar ze omgeeft ons voortdurend – staat vaak voor de geest. Na drie dagen storm kan je verlangen naar windstilte, naar rust. Maar zonder wind of geest ligt de aarde stil.”

De mens als middelpunt van de werkelijkheid
Terug naar de bron: ‘God in het landschap’. “Met dit betoog wilde ik in de eerste plaats alle mijn inspiratiesbronnen uit de afgelopen 30 jaar inventariseren. Daarbij werd ik vooral vooral verrast door de Zen-Boeddhistische benadering. Kijk, in het westen heb je de kunstenaar en zijn ideeën. Daar hangen altijd prijskaartjes aan. Karel Appel, 100.000 euro. Van Gogh, 2 miljoen euro. Vaak verdwijnt het werk zelf achter de prijs en de naam van de kunstenaar. In Japan is dat precies andersom. De kunstenaar die het hoogst aangeschreven staat is degene die het meest volmaakt de goddelijkheid van de werkelijkheid tot uitdrukking weet te brengen. Pas op het onderste trede staat de kunstenaar met zijn ideeën. Dat spreekt me bijzonder aan. Het gaat niet om mij, maar om mijn zoektocht en die breng ik tot uitdrukking. Blijft de vraag : wie ben ik, als mens? Tijdens rouwdiensten – ik leidde er zo’n 20 per jaar in mijn vorige baan als basispastor in Badhoevedorp– mag ik graag de overledene in al zijn of eigenheid benoemen. De mens is immers uniek en tegelijkertijd deel van de oceaan het leven. Met alles er op er aan! Het boeddhisme mag streven naar innerlijke leegte, het non-dualisme van een natuurlijke staat, maar voor mij zijn wij allemaal metaforisch gesproken een “ui”. Begonnen met een kiem, waarom steeds meer schillen groeien. Die horen er allemaal bij. Als landschapschilder probeer ik verbinding te leggen tussen buitenkant en essentie, en vooral de wisselwerking tussen die twee. Dat doet me denken aan een boekje over Boeddhistische schilderkunst dat ik las toen ik een jaar of 16 was. Ja toen al. Daarin stond de vraag: je ziet een tijger; wat beeldt je uit? Nou ja, de indruk die de tijger op JOU maakt. Dus niet de tijger, niet de omgeving, nee de emotie die jij voelt bij het zien van een tijger. Dat is het hier en nu waarover Eckhart Tolle en anderen tegenwoordig spreken, terwijl dat hier en nu al zo oud is als de wereld.”
De horizon wil ontdekt worden
We lopen terug naar de Studentenkerk, terwijl ons gesprek verder gaat. Hacking: “De tekst die mij misschien wel het meeste inspireert staat in het Bijbelhoofdstuk Jesaja: ‘Heel de aarde is vol van Gods heerlijkheid’. Dat ‘heel’ speelt een grote rol in mijn landschapsschilderijen. Daarbij onderscheid ik twee thema’s die voor mij niet te scheiden zijn: de horizon en ‘hemel en aarde’. De horizon is de denkbeeldige lijn tussen hemel en aarde en de letterlijke scheiding tussen de aarde en wat daarboven komt. Zonder die horizon geen scheiding maar ook geen hemel en aarde. De horizon fascineert mij in hoge mate omdat het kijken naar de horizon en de bepaling van de horizon in de letterlijke en geestelijke zin van het woord ruimte geeft. De horizon ligt niet bij voorbaat vast. De horizon wil ontdekt worden, wil gevonden worden en dat is het mooie ervan. Hij verandert, hij verschuift voortdurend. Telkens als wij van plaats verwisselen schuift de horizon op, komt hij dichterbij of verdwijnt hij in de verte. In mijn ogen is de horizon daarmee de bondgenoot van de mens, omdat hij staat voor wat de mens kan bereiken en waarnaar hij kan verlangen. Als bondgenoot maakt hij dat voortdurend zichtbaar.”
De mens die de horizon niet opmerkt verkeert volgens Hacking in een staat van blindheid. “Van desoriëntatie, van vertwijfeling zo je wilt. Want er zijn geen aanknopingspunten voor een oriëntatie, het leven is een zoeken en dolen, zonder begin en zonder einde. De weg is nooit een chaos, of een samenloop van toevalligheden. De weg begint altijd onder je voeten, daar waar je staat en waar je vandaan komt en naar toe gaat. Je oriënteren op de grond onder je voeten, of de hemel boven je hoofd zonder horizon is een zinloze bezigheid want er is geen overzicht, dat wil zeggen geen verleden en geen toekomst, geen gisteren en geen morgen. Het komt overeen met de rust in de kist – de doodsslaap, niets hoeft meer. De horizon is dus in deze zin levensnoodzaak, aanzet en bemoediging.”
Voor Hacking is de techniek hierbij een hulpmiddel: verf gemaakt van pigmenten en gebonden met water en verschillende bindmiddelen die invloed op elkaar uitoefenen zodat ook het toeval een grote rol speelt bij de totstandkoming van een werk. “Uitgangspunt is vaak een concreet landschap dat in de vorm van een foto wordt toegevoegd en waaromheen ik dan een nieuw landschap schilder. Maar dat laatste hoeft niet, vaak is de verf zelf het uitgangspunt en begin ik met het maken van verf en het trekken van een paar lijnen op een vel papier: dan ontstaat vanzelf een landschap, zonder bijbedoeling, zonder opzet en zonder compositie in mijn hoofd. In feite ben ik nog steeds de verf en de penseelstreek aan het verkennen en doe dat vanuit het thema landschap met een accent op de horizon. Schilderen is dus in de traditie van de oude sumi-techniek het maken van het grote gebaar. Van binnen uit. De arm doet het werk. Het hoofd komt hoogstens achteraan om als het werk klaar is een kleine bijdrage te leveren in de vorm van een betekenis. Een mogelijke betekenis. Maar eigenlijk is dat niet meer interessant voor het schilderen zelf.”

Louteringsgraf
Het louteringsgraf is een van de kunstprojecten die de Studentenkerk van de Radboud Universiteit jaarlijks organiseert. Doel van alle projecten is studenten – via een bijzondere ervaring – te laten nadenken over de wijze waarop zij in het leven staan. Van medio september tot medio oktober 2009 werd het graf regelmatig bezocht en gebruikt door zowel groepen als individuen. Sommigen zaten naast het graf, anderen lagen er in, alleen of in tweetallen.
Vanwege de blijvende belangstelling studenten en medewerkers van de Radboud Universiteit blijft het louteringsgraf nog tot eind juni 2010 geopend.
Maar als God de bomen en de bloemen is
En de bergen en het maanlicht en de zon,
Waarom dan noem ik hem God?
Ik noem hem bloemen en bomen en bergen en zon en maanlicht;
Want als hij, opdat ik hem zou zien,
Zich zon gemaakt heeft en maanlicht en bloemen en bomen en bergen,
Als hij mij verschijnt zijnde bomen en bergen
En maanlicht en zon en bloemen,
Dan is het omdat hij wil dat ik hem ken
Als bomen en bergen en bloemen en maanlicht en zon.
En daarom gehoorzaam ik hem,
(Wat weet ik meer van God dan God van zichzelf?),
Ik gehoorzaam hem door te leven, spontaan,
Als wie de ogen openslaat en ziet,
En ik noem hem maanlicht en zon en bloemen en bomen en bergen,
En ik heb hem lief zonder aan hem te denken,
En ik denk mij hem door te zien en te horen,
En ik ga met hem op ieder uur.
Fernando Pessoa
PSALM
Dan zullen deze geluiden wind zijn,
als ze opstijgen uit hun plek, dan
zullen ze verwaaien, zijn ze wind.
We hebben geademd en onze adem was
als zuchten van bomen om een huis,
we hebben gepreveld en onze lippen
prevelden als een tuin in de regen,
we hebben gesproken en onze stemmen
dwaalden als vogels boven een dak.
Omdat wij onze naam wilden vinden.
Maar alleen de wind weet de plek
die wij waren, waar en wanneer.
Rutger Kopland
uit: Geduldig gereedschap
G.A. van Oorschot, Amsterdam, 1993
2009

De vruchtbare aarde 2010
Een wandeling met landschapsschilder John Hacking
Zoeken naar de horizon
Hij houdt van wandelen en van de natuur. Hij schildert landschappen met een enorme fascinatie voor de horizon. “De werkelijkheid bevat een poëtische waarheid, naast andere vormen van waarheid.” John Hacking is een van de drie studentenpastors van de universiteit van Nijmegen. Op woensdag is hij meestal vrij. Maar op andere dagen worden studenten en medewerkers van harte uitgenodigd binnen te lopen. De deur staat meestal open. Vandaag komt Leonard Groenveld binnenlopen. Waar komt Hackings fascinatie voor de horizon vandaan? En waarom zuigt het ene schilderij je het landschap in, terwijl het andere je koud laat?
Nijmeegse studenten hadden het er maar moeilijk mee, met het graf dat studentenpastor John Hacking zomer 2009 groef in de tuin van de studentenkerk. En zijn hartelijke uitnodiging om eens een half uur of langer in dat louteringsgraf te gaan liggen, vonden ze eng, freaky en griezelig. “Maar door bezig te zijn met de dood,” aldus Hacking, “ga je als mens pas echt nadenken over het leven.”
Sinds 1999 is John Hacking verbonden aan de universiteit van Nijmegen. Een stap waar hij geen moment spijt van zegt te hebben gehad. “In veel college’s zou ik zo willen aanschuiven om iets op te snuiven van het vak. Vooral als het over geschiedenis, filosofie en kunst gaat.” Hij geniet dagelijks van het werken met studenten en medewerkers, en van hun vragen en interesses, en last but not least van de prachtige omgeving rond Nijmegen.
In zijn vrije tijd trekt hij er graag op uit om te wandelen. En hij schildert landschappen. Bij het maken van onze afspraak was ik er dan ook stilzwijgend vanuit gegaan dat onze wandeling zich buiten de bebouwde kom zou afspelen, richting bossen, velden of uiterwaarden. Maar als ik John Hacking (1956) een week voor onze ontmoeting vraag in welk landschap hij het liefste met me wil wandelen, kiest hij voor het universiteitsterrein. En veel tijd heeft hij niet. Het is en blijft werktijd. Een gesprek van een uurtje, okee, maar dan heeft hij nog meer te doen. Uiteindelijk blijkt onze ontmoeting drie uur te zullen duren.
leven en dood
De zon schijnt op de afgesproken donderdagmorgen in november. Ik tref John Hacking in zijn werkkamer in de Studentenkerk. Bij een kop koffie raken we in gesprek raken over het door hem zelf gegraven louteringsgraf. Vanwege de blijvende belangstelling van studenten en medewerkers is besloten dat het nog tot eind juni 2010 geopend zal blijven.
Hacking: “In essentie gaat dat graf over het overschrijden van grenzen, om daarachter nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Durf je stil te staan bij de dood en zo ja, hoe verhoud je je daar dan toe? Voor veel studenten is de dood een enorm taboe. Daarom vinden sommigen het liggen in zo’n graf een akelig idee. Dan opper ik dat je bijvoorbeeld als medische student intens te maken krijgt met leven en dood. En zo niet in je studie, dan toch zeker in je omgeving.
“Sommige studenten laten zich wel aan een elastiek van een brug vallen, voor de kick. Dat zou je spelen met de dood kunnen noemen.” En net als bij bungeejumping, zegt hacking, biedt ook het louteringsgraf een fysieke ervaring. “Het liggen in het graf beroert je huid; de uiterste grens van het lichaam. Je zzintuigen worden anders geprikkeld. Omdat je ‘slechts’ een stukje van de hemel kunt zien, ga je intenser luisteren. In zekere betreed je via zo’n nieuwe ruimte een nieuwe dimensie. Of zoals een studente zei: ‘Ik besefte opeens dat het leven doorgaat, ook als ik er ooit niet meer zal zijn. En daar had ik helemaal vrede mee’.
“Lust je nog een kopje koffie of zullen we een kijkje bij het graf gaan nemen?”
We lopen naar het louteringsgraf, dat zich in de tuin achter de Studentenkerk bevindt. Het graf is gemarkeerd door roodwit gestreepte linten. “Om te voorkomen dat de tuinman er tijdens het grasmaaien in belandt,” legt Hacking uit.
Anders dan in het vroege najaar, toen er twee houten pallets in lagen, is de bodem nu bedekt met een bed van bladeren. Dat ligt heerlijk, merk ik als ik me even later in het graf neervlij. Het heeft iets weldadigs – om omgeven door stevige wallen van aarde naar de blauwe hemel kijken.
Na circa vijf minuten sluit ik mijn ogen. Het besef dat ik midden in een interview zit, verdwijnt. Daarvoor in de plaats ervaar ik een soort oergevoel; van alle tijden. Even hoef ik me niet staande te houden, ik word gedragen en voel me geborgen. Zo blijf ik een poosje liggen, volkomen gedachteloos. Tot ik in de verte een auto hoor toeteren.
Terwijl ik opsta uit het graf, zie ik John Hacking een eindje verderop lopen. Hij heeft zich even teruggetrokken, maar hier is hij weer. Hij ziet nogal wat overeenkomsten tussen het louteringsgraf en een landschapsschilderij, zegt hij. “In beide gevallen gaat het immers om ruimtes die de geest prikkelen tot een nieuwe kijk.”

Troost
Op de campus is het intussen een komen en gaan van bedrijvige studenten, lopend of fietsend. Een levend schilderij in een decor van kolossale universiteitsgebouwen. Hacking: “Als je goed kijkt zie je dat iedereen haast heeft. Op weg naar het volledige college. Tussendoor even de voicemail afluisteren, een snelle hap. Dit hele landschap staat bol van de activiteit. Overal waar de studenten tijdens de introductiedagen een kijkje nemen, moeten ze iets dóen. Ze zijn dan ook heel verbaasd als ik ze voorstel een half uurtje te gaan zitten en helemaal niets te doen. Een moment van bezinning, met ruimte voor het voelen van eenzaamheid.”
We lopen via het terrein van de Radboud Universiteit naar Park Brakkenstein. Een fraai park in landschapsstijl, met grote grasvelden en daartussen groepjes bomen. De hectiek van de campus maakt plaats voor de rust van het landgoed.
Terwijl we wandelen door een laan van eeuwenoude beuken, zegt Hacking: “Zo’n landschap doet iets met je. Je kunt stil worden van de grootsheid, het imposante. Je kunt je er zowel verloren in voelen als getroost.”
Landschapschilders doen dat in verhevigde mate, zegt hij, dat toedichten van een bepaalde betekenis aan het landschap. “Dat zie je bijvoorbeeld bij Armando. Als kind groeide hij op in de nabijheid van Kamp Amersfoort, en dat zou hem zijn hele leven blijven beïnvloeden. Hij schilderde tal van landschappen waarin het oorlogsdrama zich vermengde met de natuur.
“Veel mensen zien de natuur – aangelegd of niet – graag als puur. Maar Armando schildert bomen die boosaardig zijn. Bomen die immers alle gruwelen hebben gezien, en die daar niks aan hebben gedaan. Daarom spreekt Armando over een ‘schuldig landschap’. Als toeschouwer van zijn geschilderde landschappen is het alsof je toegang krijgt tot die andere dimensie. Je ziet en ervaart dat het landschapsschilderij meer is dan alleen maar wat verf en een ondergrond. Je betreedt een andere ruimte en wordt daarvan deelnemer.”
Wacht even. Hoe kan ik een landschapsschilderij als ruimte betreden? “Ja, dat kan alleen in de geest”, zegt Hacking. “Maar omdat het lichaam ook van dienst te zijn, ontwierp de landschapsschilder Anselm Kiefer later letterlijk ‘andere’ plaatsen in zijn atelier. Ruimtes waar je letterlijk in en uit kon lopen. Hij noemde deze ruimtes onder meer ‘hemelpaleizen’, waarmee hij verwees naar de joodse mystiek.
“In een nieuw filiaal van Albert Heijn weet je vrijwel meteen feilloos de weg. Dat is prettig, maar ook een beetje saai. Daarentegen word je in de fysieke ruimtes van Kiefer voortdurend voor verrassingen geplaatst. Niet voor niets hebben veel van zijn werken de titel ‘Labyrint’. Het leuke van een labyrint is dat het niet uit maakt van welke kant je binnenkomt. Zo kijk ik ook naar ‘de waarheid’. Hoewel de waarheid voor sommigen ‘heilig’ is, kun je er ook van verschillende kanten naar kijken. Juist die verschillende invalshoeken leveren mij vaak een frisse kijk op de essentie op.”
Via Park Brakkenstein belanden we in de Hortus. Een waar paradijs voor wie een rijk scala aan bomen, heesters, bloemen dicht bij elkaar wil zien. Het ene moment waan je op de rotsige top van een berg, het volgende moment hoor je wind door het riet ruisen.
In dit poëtische landschap spreken we over gedichten. “Ook poëzie is een toegang tot de werkelijkheid, met een geheel eigen lading” zegt Hacking. “Neem Fernando Pessoa. Hij worstelde met de vraag of er een transcendente dimensie is tussen hemel en aarde. Hij zag de bomen, bergen, bloemen – allemaal volkomen aards. En toch eindigt een van zijn gedichten met de zin: ‘En ik ga met hem ieder uur’. Daaraan vooraf gaat bijvoorbeeld dit fragment:
Maar als God de bomen en de bloemen is
En de bergen en het maanlicht en de zon,
Waarom dan noem ik hem God?
Ik noem hem bloemen en bomen en bergen en zon en maanlicht;
Want als hij, opdat ik hem zou zien,
Zich zon gemaakt heeft en maanlicht en bloemen en bomen en bergen,
Als hij mij verschijnt zijnde bomen en bergen
En maanlicht en zon en bloemen,
Dan is het omdat hij wil dat ik hem ken

Sabbat
In de periode december – februari 2006 nam Hacking een korte sabbatperiode. In die tijd ging hij op zoek naar kunstenaars die landschappen schilderen vanuit de vraag of er sporen van het goddelijke zijn aan te wijzen in het landschap. “Een poging om mijn inspiratiebronnen uit de afgelopen dertig jaar te inventariseren. Daarbij werd ik vooral verrast door de Zenboeddhistische benadering.
“Kijk, in het westen heb je de kunstenaar en zijn ideeën. Daar hangt altijd een prijskaartje aan. Een Karel Appel, honderdduizend euro. Een Van Gogh, twee miljoen euro. Vaak verdwijnt het werk zelf achter de prijs en de naam van de kunstenaar.
“In Japan werkt het precies andersom. De kunstenaar die het hoogst aangeschreven staat, is degene die de goddelijkheid van de werkelijkheid het volmaaktst tot uitdrukking weet te brengen. Pas op de onderste trede staat de kunstenaar met zijn ideeën. Dat spreekt me bijzonder aan. Het gaat niet om mij, maar om mijn zoektocht en die zoektocht breng ik als schilder tot uitdrukking.
“Blijft de vraag: wie ben ik, als mens? In mijn vorige baan als basispastor in Badhoevedorp probeerde ik de overledene tijdens rouwdiensten graag in zijn of haar eigenheid te benoemen. Voor mij zijn wij metaforisch gesproken als mens allemaal een ‘ui’. Begonnen met een kiem, waarom steeds meer schillen groeien. Die schillen horen er allemaal bij.
“Als landschapschilder probeer ik verbinding te leggen tussen buitenkant en essentie, en vooral de wisselwerking tussen die twee. In mijn jeugd, toen ik een jaar of zestien was, las ik een boekje over boeddhistische schilderkunst. Ja toen al. Daarin stond de vraag: Stel, je ziet een tijger; wat beeld je dan van die tijger uit op papier of op een doek? Wat je uitbeeldt als kunstenaar is de indruk die de tijger op JOU maakt. Dus niet de tijger op zich, niet de omgeving, nee de emotie die jij voelt bij het zien van een tijger.”
Horizon
We lopen terug naar de Studentenkerk. Hacking: “In mijn schilderijen komt de relatie hemel en aarde voortdurend terug. En het zoeken naar de horizon. De horizon als de denkbeeldige lijn tussen hemel en aarde én de letterlijke scheiding tussen de aarde en wat daarboven komt.
“Zonder die horizon geen scheiding, maar ook geen hemel en aarde. De horizon fascineert mij mateloos, omdat het kijken ernaar en de bepaling ervan ons ruimte geeft. De horizon ligt nooit bij voorbaat vast. De horizon wil ontdekt worden, dat is het mooie ervan; hij verandert, hij verschuift voortdurend. Telkens als wij van plaats verwisselen schuift de horizon op, komt hij dichterbij of verdwijnt juist in de verte.”
Het niet opmerken van de horizon typeert voor Hacking een staat van blindheid. “Van desoriëntatie, van vertwijfeling, zo je wilt. Want het leven is een zoeken en dolen, zonder begin en zonder einde. Je oriënteren op de grond onder je voeten, of de hemel boven je hoofd zonder horizon, is een zinloze bezigheid, want zonder besef van de horizon heb je geen overzicht.
“In mijn ogen is de horizon de bondgenoot van de mens, omdat hij staat voor datgene waar de mens naar kan verlangen en wat hij kan bereiken. Een bondgenoot die dat verlangen voortdurend zichtbaar maakt. Iedere dag opnieuw kun je jezelf de vraag stellen: waar ligt vandaag mijn horizon?
“En via die vraag beland je vanzelf bij de horizon van je innerlijke landschap. Het landschap van de geest, maar ook van het lichaam! Hoeveel ruimte heb je daar? Wat is je uitzicht? Kijk je steeds tegen dezelfde berg op? Waar zie je water? Waar stroomt het?
“En wat als je innerlijke landschap er dag na dag hetzelfde uitziet? Als je daar tevreden mee bent, prima. Maar er dienen zich vele mogelijkheden aan zijn als je daar verandering in aan wilt brengen. Ik houd van de natuur en van wandelen. Ga bijvoorbeeld eens wandelen, met al je zintuigen wijd open. Voel de wind op je huid, hoor de vogels, ruik de aarde, zie je eigen horizon. Je innerlijke landschap schildert zich als vanzelf in je af.”
Die ervaring, aldus Hacking, behoeft eigenlijk geen toelichting, ook al maakt hij er soms schilderijen van, met zelf gemaakte verf. Pigmenten, water en bindmiddelen werken steeds weer anders op elkaar in, heeft hij gemerkt. Spannend noemt hij het dat op die manier ook het toeval een rol speelt bij de totstandkoming van zijn schilderijen.
Uitgangspunt is vaak een concreet landschap, in de vorm van een zelfgemaakte of gevonden foto. Daaromheen schildert hij een nieuw landschap. Soms begint hij met het trekken van een paar lijnen op een vel papier. Dan ontstaat vanzelf een landschap; zonder bijbedoeling, zonder opzet en zonder compositie in het hoofd. Een schilderen in de traditie van de oude sumi-techniek. Het grote gebaar wordt van binnenuit gemaakt. De arm doet het werk. “Het hoofd komt hoogstens achteraan om als het werk klaar is een kleine bijdrage te leveren in de vorm van een betekenis.” Lachend: “Op dit punt wint de schilder in mij het van de theoloog.”
We zijn weer terug bij de Studentenkerk. Hoewel onze ontmoeting daarmee is afgelopen, zou ik graag nog uren samen verder wandelen. Maar voor Hacking roept het werk. Een collega komt melden dat er voortdurend wordt gebeld over de vacature ‘medewerker secretariaat’. De collega gaat nu lunchen. Of Hacking ze te woord wil staan.
Tijdens de terugreis passeren, letterlijk in sneltreinvaart, diverse landschappen de revue, ingelijst door het coupéraam. Soms zie ik de horizon, bijna als een rechte lijn. Soms wordt het royale vergezicht belemmerd door kolossale stadslandschappen of megalomane kantoorgebouwen. Merk dat ik daar nu anders naar kijk. Milder. In al dat steen en beton wonen en werken mensen; unieke levens tussen hemel en aarde. In mijn belemmerde uitzicht is een perspectief ontstaan.
Leonard Groenveld
2010
nadere info op va-magazine.nl
