Poetry inspired Paintings (2)

An den Knaben Elis


Elis, wenn die Amsel im schwarzen Wald ruft,
Dieses ist dein Untergang.
Deine Lippen trinken die Kühle des blauen Felsenquells.


Lass, wenn deine Stirne leise blutet
Uralte Legenden
Und dunkle Deutung des Vogelflugs.


Du aber gehst mit weichen Schritten in die Nacht,
Die voll purpurner Trauben hängt,
Und du regst die Arme schoner im Blau.


Ein Dornenbusch tönt,
Wo deine mondenen Augen sind.
O, wie lange bist, Elis, du verstorben.


Dein Leib ist eine Hyazinthe,
In die ein Mönch die wächsernen Finger taucht.
Eine schwarze Höhle ist unser Schweigen,


Daraus bisweilen ein sanftes Tier tritt
Und langsam die schweren Lider senkt.
Auf deine Schläfen tropft schwarzer Tau,


Das letzte Gold verfallener Sterne.

Georg Trakl


Aan de knaap Elis


Elis, wanneer de merel in het zwarte bos roept,
Dit is je ondergang.
Je lippen drinken de koelte van de blauwe bergbron.


Laat, wanneer je voorhoofd zachtjes bloedt
Oeroude legenden
En donkere duiding van de vogelvlucht.


Jij echter loopt met tere stappen de nacht in,
Die vol purperen druiven hangt,
En beweegt je armen mooier in het blauw.

Een doornstruik klinkt,
Waar jouw maanachtige ogen zijn.
O, hoe lang ben, Elis, jij gestorven.


Je lichaam is een hyacint
Waarin een monnik zijn wassen vingers doopt.
Een zwarte holte is ons zwijgen,


Waaruit somtijds een teder dier treedt
En langzaam de zware oogleden neerslaat.
Op je slapen drupt zwarte dauw,


Het laatste goud van vergane sterren.

Vertaling Frans Roumen


Elis


1
Vollkommen ist die Stille dieses goldenen Tags.
Unter alten Eichen
Erscheinst du, Elis, ein Ruhender mit runden Augen.
Ihre Bläue spiegelt den Schlummer der Liebenden.
An deinem Mund
Verstummten ihre rosigen Seufzer.


Am Abend zog der Fischer die schweren Netze ein.
Ein guter Hirt
Führt seine Herde am Waldsaum hin.
O! wie gerecht sind, Elis, alle deine Tage.


Leise sinkt
An kahlen Mauern des Ölbaums blaue Stille,
Erstirbt eines Greisen dunkler Gesang.


Ein goldener Kahn
Schaukelt, Elis, dein Herz am einsamen Himmel.


2
Ein sanftes Glockenspiel tönt in Elis’ Brust –.
Am Abend,
Da sein Haupt ins schwarze Kissen sinkt.

Ein blaues Wild
Blutet leise im Dornengestrüpp.


Ein brauner Baum steht abgeschieden da;
Seine blauen Früchte fielen von ihm.

Zeichen und Sterne
Versinken leise im Abendweiher.


Hinter dem Hügel ist es Winter geworden.
Blaue Tauben Trinken nachts den eisigen Schweiß,
Der von Elis’ kristallener Stirne rinnt.


Immer tönt
An schwarzen Mauern Gottes einsamer Wind.


Georg Trakl


Elis


1
Volmaakt is de stilte van deze gouden dag.
Onder oude eiken
Verschijn jij, Elis, een rustende met ronde ogen.


Hun blauwte spiegelt de sluimer der geliefden.
Op je mond
Verstomden hun rozige zuchten.

’s Avonds haalde de visser de zware netten in.
Een goede herder
Leidt zijn kudde langs de bosrand.
O! hoe rechtvaardig zijn, Elis, al je dagen.

Zachtjes zinkt
Tegen kale muren de blauwe stilte van de olijfboom,
Sterft het donkere gezang van een grijsaard weg.


Een gouden bootje
Schommelt, Elis, je hart aan de eenzame hemel.


2
Een teder klokkenspel klinkt in Elis’ borst
’s Avonds,
Wanneer zijn hoofd in het zwarte kussen zinkt.


Een blauw wild dier
Bloedt zacht in de doornstruiken.


Een bruine boom staat afgezonderd;
Zijn blauwe vruchten vielen van hem af.

Tekens en sterren
Verzinken zachtjes in de avondvijver.


Achter de heuvel is het winter geworden.
Blauwe duiven
Drinken ’s nachts het ijzige zweet
Dat van Elis’ kristallen voorhoofd vloeit.

Altijd klinkt
Tegen zwarte muren Gods eenzame wind.

Vertaling Frans Roumen


Zeven illustraties bij het gedicht van Georg Trakl Elis – 30×40 cm – pigment, sumi-e en inkt op papier – 2020

Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *