
Soms heb ik het vermoeden dat veel landschapschilders erg romantisch zijn en dat hun landschappen doortrokken zijn van een zweem van melancholie. Nu is melancholie een verschijnsel dat aangeeft dat je als het ware ‘treurt’ om iets wat verloren is gegaan. Iets wat er niet meer is, en waar je naar terug verlangt. Oude ruïnes kunnen dat gevoel van een verloren tijd oproepen, zoals Casper David Friedrich oude gebouwen en vervallen kerken schildert. Ook zijn landschappen hebben dat melancholische, de horizon in de avond, de mist over het veld, de bomen met een flauw licht dat er doorheen schijnt.

Natuurlijk hebben ook dichters last van romantische gevoelens en komt dat tot uitdrukking in de metaforen die ze kiezen, de thema’s die ze in hun poëzie verwerken en de wijze waarop ze zichzelf uitdrukken. Ik herken dat wel want ik ben ook door en door romantisch. De schilder Anselm Kiefer, een vertegenwoordiger uit onze tijd, doet eigenlijk niks ander dan denken met beelden, zijn schilderijen en zijn beeldhouwwerk zijn verwoordingen van een romantisch gevoel. Zijn romantiek bestaat er volgens mij in dat hij iets zichtbaar wil maken wat hem oneindig fascineert maar waar hij eigenlijk niet bij kan komen omdat het voorbij is in de geschiedenis, of voorbij in het landschap, of voorbij in de overleden denker waarvan we nu alleen maar zijn gedachten hebben. De hele hang naar mystiek en naar invullingen daarvan zoals de Kabbalah, verbeeldingen van de Zohar, laten dit duidelijk zien. Kiefer wordt beheerst door zijn denken en zijn denken wordt beheerst door verlangen en door zijn herinneringen, verlangen naar inzicht, verlangen naar dieper verstaan en verlangen naar uitdrukking daarvan met nieuwe middelen zoals te vinden in de kunst.

Mijn thema in mijn werk als schilder is de horizon en het ontbreken van de horizon als ik meer abstract werk. De horizon tekent het landschap. Het is het ankerpunt dat steeds verschuift in de wandeling die leven heet en die je terug laat kijken op waar je vandaan komt en wat er voor je was. Wat er morgen gaat komen, daar kun je niet zo goed, vind ik, romantische gevoelens over hebben. Wel over wat er is geweest.
In de abstractie ontbreekt een zichtbare horizon maar ook dat valt samen met de beleving van de werkelijkheid die sinds de Nietzscheaanse dood van God bodemloos is geworden. Er is geen houvast en er is geen fundament, elke vorm van zingeving ontbeert als het ware een vaste grond. Als wij die grond niet buiten ons zelf meer kunnen vinden, moeten we hem misschien in onszelf zoeken, maar ik vrees, zeker vanuit mijn romantische verlangen, dat dit illusoir zal blijken.
Zo kleurt mijn romantische kijk mijn verstaan van de werkelijkheid en stel ik alles in het werk om dit verlangen stem te geven in mijn werkzame leven als schilder en schrijver. Hopeloos romantisch? Of is dit hopeloze helemaal niet hopeloos maar is het de fundamentele condition humain die mijn bestaan kleurt?

Het verlangen in mij zoekt zich een uitweg en elk antwoord roept weer nieuwe vragen en nieuwe wegen om te gaan op. Zo schilder je tal van werken, landschappen, abstracties, en nooit ben je klaar, nooit vind je definitief datgene waarnaar je verlangt. Maar misschien is in het gaan van de weg, het schilderen van het landschap al genoeg voldoening, genoeg antwoord te vinden om het vol te houden en te blijven zoeken en verlangen. Misschien manifesteert zich God precies in dit aarzelende gaan en verkennen, het gaan van je levensweg zonder zekerheden, maar wel vol vertrouwen en vol romantiek.
Het verhaal van de uittocht uit Egypte waarin het volk van Israël pas na veel aarzelen en veel dwang durft in te stemmen maakt dit duidelijk. Bij elke tegenslag willen ze weer terug, zelfs als dat een bestaan is in slavernij. Dan hebben ze tenminste te eten, de uien en de vleespotten, het brood en het schamele dak boven hun hoofd. Dan is er een mate van zekerheid. De onzekerheid van de tocht door de woestijn, een pelgrimstocht naar een onzekere toekomst en een onzeker land van belofte, spreekt hun minder aan. Toch is in mijn ogen dit verlangen naar de vleespotten van Egypte geen romantiek en geen romantisch verlangen.

Als je slavernij verkiest boven een onzekere toekomst, een onduidelijke route en een tocht vol avonturen, ben je in mijn ogen eerder een lafaard, een ‘Versager’, een ‘schijthuis’ dan een romanticus. Het leven is onzeker, de levensweg onbekend. Exodus is in feite een metaforisch verhaal dat deze fundamentele onzekerheid op een mooie manier vertelt en illustreert. De kunst is om hierin toch ja te durven zeggen, tegen je levensweg, tegen de hoop die wordt voorgehouden op een beter bestaan, een ja tegen een God die het onmogelijke van je lijkt te vragen. “Ik zal zijn wat ik zal zijn”, zo luidt zijn naam. Je hebt als mens dus niks, maar dan ook niks in handen om op te bouwen, behalve de route die wordt uitgezet en die wordt zichtbaar gemaakt in een aantal gedragsregels die telkens opnieuw in nieuwe contexten moeten worden vertaald en beleefd.

En als je dat aandurft kom je misschien, eens, ooit, in het beloofde land. Een land dat niet van jou is en dat met heel veel moeite en strijd ook nog een keer veroverd moet worden.
Wat kun je hieruit leren? Stel dat ik die tocht mee had kunnen maken in de woestijn, dan had ik daarna misschien wel heel erg terug verlangd naar dat landschap en de ervaring van telkens nieuwe horizonten. Daarom schilder ik, verbeeld ik, werk ik dit verlangen uit in landschappen en abstracte leloofde landandschappen. Ik beleef de woestijn waarin de Exodus plaatsvond op een nieuwe wijze en neem daarbij niet alleen het verhaal als uitgangspunt maar vooral mijn fantasie en de manier waarop ik naar het landschap kijk vanuit een romantisch verlangen. Zo is de cirkel rond en blijf ik in romantiek gevangen. Heerlijk toch. Schilderen wordt zo een vorm van geluk.
John Hacking
1 september 2020
