In der schwarzen Sonne der Stille
sonnten sich die Wörter
Alejandra Pizarnik
Mijn opdracht is de leegte, “vide”, te schilderen zoals in het Japanese landschap. Het numineuze in het wit, die leegte duidend met Sumi, of het ontbreken ervan. Dat is mijn zelf gestelde opgave. Waarom? Omdat ook hier de extase van de ervaring van de leegte de beloning is? Gaat het uiteindelijk om de extase van de beleving van het moment of gaat het om een soort van intuïtie? Ik vermoed en geloof het laatste. Stilte is meerduidig, leegte ook. De stilte van de dood is een vorm van absolute stilte, maar daarvoor zijn er nog vele varianten. Zo is het ook met de leegte, beeldenloosheid, zonder beelden, zonder gedachten.
Auch wenn ich Sonnen und Mond
und Sterne sage, beziehe ich mich
auf Dinge, die mir geschehen.
Und was erwünsche ich mir?
Ich wünsche die vorkommende Stille.
Deshalb spreche ich.
Alejandra Pizarnik
Alejandra Pizarnik beschrijft die stilte in haar gedichten in de bundel Asche, Asche. Zij maakt een eind aan haar leven op vroege leeftijd. Een waas van melancholie, doodsverlangen en eenzaamheid straat uit haar gedichten. Maar het is niet alleen maar dood die hier aan het woord komt. De leegte en de stilte hebben meer dimensies die ook verwijzen naar het leven. Beter gezegd naar de leegte en de stilte tussen de dingen, waardoor de dingen eigenlijk, dat wil zeggen, in hun eigen aard, volgens hun eigen aard, pas mogelijk worden, bestaansrecht krijgen. Was dat niet zo, dan zou ons heelal een groot samengekluwd zwart gat zijn. Niets zou bestaan omdat alles was samengevoegd zonder onderscheid. De leegte vestigt het onderscheid, de leegte leert ons zien dat er verschillen zijn.
Etwas fiel in die Stille.
Mein letztes wort war Ich,
aber ich bezog mich auf
das leuchtende Morgenrot.
Alejandra Pizarnik

Dat is wat in mijn landschappen gebeurt. Het landschap is een vingerwijzing en via dit gebaar druk ik mij uit en ben ik op zoek naar verstilling, verdieping, intuïtief zoekend naar het sacrale dat zich manifesteert in de leegte, de stilte, of misschien wel erachter. Waarom heeft de ochtend een maagdelijk moment, een point vierge? Thomas Merton (Wegen naar het paradijs) vermoedt dat dit punt de tijd is om iets van God te kunnen ervaren omdat de mens dan helemaal open hiervoor staat. Bart Verschaffel (horchengehen) spreekt over het blauw van de ochtend, het uur blauw, een uur om buiten te staan luisteren naar de komst van dag en het afscheid van de nacht, die langzaam plaats maakt voor een nieuwe dag. Ik heb die uren beleefd als langzaam het eerste zonlicht over de horizon strijkt, als het eigenlijk nog donker is, maar daar tegen de horizon, het allereerste licht, aarzelend, schuchter. Eigenlijk zou ik in het landschap moeten wonen waar dit elke dag zou kunnen en waar het panorama overweldigend is. Maar dat is niet zo en daarom neem ik de kwast maar ter hand.
Mählich schmilzt der Schnee.
Wolken hüllen Bergen ein.
Eine Krähe krächzt.
Gyôdai
Door de abstractie, de drukte van de kleur maak ik cesuren. Wit doorklieft en vormt zo een wolkenlucht, een horizon ontstaat. Soms is de abstractie genoeg en hoeft een verdere duiding door het landschap niet plaats te vinden. Want de abstractie zelf verwijst naar stilte, naar leegte ook al lijken de kleuren en de vormen een andere taal te spreken. Dat is iets wat je niet kunt manipuleren, daarom werk ik op twee sporen: abstract en via het landschap (dat vaak ook grotendeels abstracte vormen aanneemt).
In feite ben ik romantisch ingesteld en sta ik in de lijn van de romantici die oog en liefde hadden voor het landschap. Een zekere melancholie is mij niet vreemd in deze zoektocht. Ook in de literatuur voel ik mij hierbij thuis. Ik leef eerder met een heimwee naar het verleden dan een verlangen naar de toekomst. De toekomst is vooral, zoals het mij toeschijnt, een technische nachtmerrie, een woud van mogelijkheden dat je losmaakt uit je relatie met de aarde onder je voeten. De digitale tijd is een tijd van illusie, van ronddraaien in je geest alsof je op de kermis bent, telkens weer gevoed door nieuwe digitale, virtuele beelden. Maar dat is toekomstmuziek, en misschien pakt het heel anders uit.
Mijn gerichtheid is aards, de aarde betreffend. Niet de kosmos, niet het heelal, niet de stad. Bergen, meren, zeeën, moerassen, rivieren en wegen zijn mijn symbolen, de mist, de sneeuw, de leegte en de eenzaamheid. Dat is waar ik met mijn werk naar op zoek ben en wat ik wil uitdrukken.
Dat is ruim voldoende om een mensenleven mee te vullen.
John Hacking
9 september 2015
